2. ontwikkeling 400 meter van junior tot senior nationaal en internationaal
Als we de beste prestaties van verschillende leeftijdsgroepen uit Engeland (UK), Duitsland (DE), Nederland (NL) en Belgie (BE) naast elkaar zetten dan is duidelijk dat er bepaalde patronen te zien zijn. Het valt op dat Engeland op vrijwel elke jaargang verreweg het beste scoort, het valt verder op dat Duitsland in de jongere jeugd erg goed scoort, (vrijwel) gelijk aan Engeland, maar dat de lijn bij de oudere leeftijdsgroepen niet doorloopt maar bijna gelijk blijft. Nederland en Belgie blijven ruim onder het niveau van Engeland, behalve bij jaargang 1992 (De Nederlanders Peters en Wielart en de Belg Verhaeren). Kijk je naar de Nederlandse individuele ontwikkeling (op leeftijd gecorrigeerd), dan lijkt van den Bergh het beste talent, terwijl ook de Jong het goed doet en een interessante loper voor de 400 meter horden is. De vraag is, waarom de Engelse lopers bij de junioren zoveel sneller lopen. Een eerder onderzoek liet zien dat internationale top-400 meter lopers hun beste tijd gemiddeld loper onder de 21 jaar, terwijl dat voor Nederland lag op 28 jaar. Opvallend is dat Nederland geen 400 meter kent voor C-junioren, Engeland wel. Engeland kent daarnaast een serieuze schoolsport traditie en kent een organisatie die zich specifiek bezighoudt met promotie van atletiek op school. Dat dit successen oplevert blijkt wel uit het feit dat 4 huidige Olympisch kampioenen een product zijn van deze schoolcompetitie (zie www.esaa.net).
For the love of speed
De sprint (alle afstanden tot 400 meter) is misschien wel de meest tot de verbeelding sprekende sport die er bestaat. De 100 meter met Usain Bolt was het hoogtepunt van de Olympische Spelen, net als eerder de 400 meter met Michael Johnson. Nederland en België vallen op binnen de sprint en er is veel talent, Nederland met de Churandy Martina en de 4x100 meter en België met de Borlees en de 4x400 meter. De sprint vormt de basis voor het prestatievermogen binnen vrijwel elke sport. Powerful Solutions wil een bijdrage leveren aan de groei door te laten zien hoeveel talent er is en waar dat talent traint en werkt naar succes. Op deze website komt informatie over teams, testresultaten en nieuwswaardigheden over sprinten, wedstrijden en evenementen, testen en trainen.


Thema: de 4x400 meter estafette, een vormende afstand
Op geen enkele afstand komen zoveel vaardigheden samen als op de 4x400 meter estafette. Voor een goede 400 meter is kracht, snelheid, uithoudingsvermogen, ritme en ontspanning van groot belang. Aan de atleten wordt het uiterste gevraagd en atleten leren hun reserves optimaal aan te spreken. De estafette geeft nog een extra dimensie aan dit onderdeel, omdat je mede-atleten van jou afhankelijk zijn. Elke atleet weet hoezeer de ander moet investeren en strijden. Het levert veel respect op onder collega's, andere atleten en publiek. De 4x400 meter vormt hierdoor een ideale activiteit voor versterking van fysieke vaardigheden, mentale ontwikkeling en groepssfeer en is derhalve een prima didactisch middel. Het is een perfecte basis voor scholen om zich als team te ontwikkelen. In Belgie heeft de 4x400 meter een grote aantrekkingskracht op atleten en het is de sport zeer ten goede gekomen. De 400 meter en 4x400 meter zijn echte trainingsonderdelen; specifiek trainen op deze onderdelen wordt 'beloond' met een sterke prestatieverbetering.


1. Ontwikkeling 400 meter Nederland en Belgie
Het is interessant om de ontwikkeling van de 400 meter en 4x400 meter in Nederland en Belgie te bekijken. in een artikel in De Standaard wordt geschreven over "De prijzen van het toevalsmodel" (http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=7F2TH839). Citaat: "Alleen is het jammer dat ook ons estafettemodel het gevolg is van toeval en dat we er niet in slagen structureel talent te binden aan bestaande en ervaren trainingsgroepen en van de aflossingsnummers een soort Belgische traditie te maken." De ontwikkeling van de 400 meter geven een ander beeld.
Waar ligt de top van een atleet, op welke leeftijd piek je ? Fysiologisch gezien verwacht men dat dit rond de 27-28 jaar is. De praktijk wijst echter anders uit. Neem je de top-48 van Nederland, dan zie je dat de top-5 heeft gepiekt voor hun 25e jaar (resp. 20, 20, 22, 23, 24 jaar). Dat geldt ook voor 80% van de top-10. De oudste loper in de top-10 was 26 jaar (NB: de genoemde leeftijden in de grafieken zijn berekend vanuit geboortejaar en jaar van piekprestatie, waarbij iemand uit 1980 in 2000 als 20 jarige is aangemerkt. In werkelijkheid is bijna de helft een jaar jonger). Hoe zit dat dan op wereldniveau ? Uit de IAAF ranglijst kan je concluderen dat 80% van de top-5 en top-10 24 jaar of jonger was (uitgezonderd de wereldrecordhouder, Michael Johnson). De uitzondering geeft weer dat het zeker niet onmogelijk is om op oudere leeftijd nog te pieken, de kans is echter veel kleiner.


Als je ervan uitgaat dat atleten 10 jaar nodig hebben om tot een topperstatie te komen, dan kan je uit deze informatie concluderen dan je met 14 jaar moet beginnen met specialiseren. Het is in Nederland voor C-junioren moeilijk om 200, 300 of 400 meter wedstrijden te lopen en er is ook geen ranglijst voor (wel voor 300 meter horden). De organiseren van 300 meter wedstrijden (als voorbereiding op de 200 en 400 meter) bij de C en D jeugd zou de kennis en interesse in deze onderdelen versterken.
In bovenstaande grafieken staat de ontwikkeling van de ranglijsten (nummer 1, 5 en 10) in Belgie (links) en Nederland (rechts) op de 400 meter van 2000 tot 2011. Duidelijk is, dat zowel de top alsook de nummer 5 en 10 in Belgie sterker werden, terwijl deze in Nederland constant is gebleven. In 2000 waren de Belgische nummers 5 en 10 nog duidelijk langzamer dan in Nederland, wat logisch is gezien het aantal inwoners. Sinds 2005 zijn ze beter. Natuurlijk speelt de aanvoer van talent een cruciale rol. Toch levert het geen verklaring op van dit fenomeen. De broers Borlee speelden pas sind 2006 een belangrijke rol in de 400 meter.

Nederland heeft sinds mensenheugnis een bondscoach 4x100 meter en besteedde hier altijd veel aandacht aan. Dit resulteerde in een vergrote aandacht van atleten voor de individuele 100 meter. Ook de 800 meter heeft altijd veel aandacht gehad. Dit ging ten koste van de 400 meter, wat kan worden gezien als een 'concurrerend' onderdeel binnen de atletiek. Wat de gevolgen zijn voor dit beleid is te zien in onderstaande grafiek, waarin de Nederlands ranglijsten worden vergeleken met die van Belgie en Duitsland. Duidelijk is dat met name de 400 meter ver achterblijft op Belgie en Duitsland, terwijl het omgekeerde plaatsvindt op bijv. de 100 meter (uitleg onderstaande grafieken; bijv. op 100 meter, nummer 1 van Nederland .scoort bijna 4% beter dan nummer 1 Belgie, nummer 5 Nederland scoort meer dan 2% beter, nummer 10 ook, nummer 20 1,5%).


Bronnen:
   - Nederland http://www.ranglijsten.tk/
   - Belgie http://www.val.be/?mnuid=6
   - Duitsland http://www.leichtathletik.de/index.php?SiteID=403
   - Engeland http://www.thepowerof10.info/rankings/
   - English Schools' Athletic Association http://www.esaa.net/
   - Wereld: IAAF top list